Gevolgen van de privatisering van overheidsinstellingen

privatiseringHet doel van de overheid om concurrentie te vergroten en de kosten voor de consument naar beneden te dwingen, door toestemming te gegeven voor privatisering van nationale bedrijven, heeft de plank volledig misgeslagen. Hoewel de donkere wolken al voor de wettelijke regeling te zien waren heeft de overheid toch doorgezet. Bedrijven die vroeger onder ‘het beheer’ van de overheid vielen zoals PTT, energiebedrijven, NS en het ziekenfonds ontwrichten het functioneren van de samenleving.

Deze diensten zijn nog nooit zo duur geweest als na de privatisering. Bovendien zijn de bedrijven door financiële problemen een makkelijke prooi geworden voor buitenlandse investeerders. Zo refereert de Haas, topman van de duurzame energie leverancier Eneco, in een interview voor NRC Handelsblad naar concurrent Nuon die in de problemen zit. De energiebedrijven zijn extra kwetsbaar geworden door de gedwongen splitsing tussen energieproducten en netbeheerders. Op de lange termijn is dit niet goed voor de energievoorziening voor de klanten. De Haas roept de overheid op om haar verantwoordelijkheid te nemen en te voorkomen dat Nederlandse elektriciteitsbedrijven “speelbal worden van investeerders”.

Waar ligt de grens van privatisering?

Een van de grote voordelen van privatisering is vooral kostenbesparing: de overheid hoeft geen of minder subsidies te geven en geprivatiseerde bedrijven zouden efficiënter werken. Echter nadelen zijn er ook: het overheidstoezicht vermindert (met alle gevolgen van dien), geprivatiseerde ondernemingen ontslaan vaak op grote schaal werknemers en voor de producten kan een veel hogere prijs worden berekend. Overheden proberen in de regel, bijv. door een aandelenpakket, greep te houden op geheel of gedeeltelijk geprivatiseerde ondernemingen met een algemeen maatschappelijk nut. Ook is er soms de wens om privatisering terug te draaien, zoals voor de spoorwegen.

Elke privatisering moet aan drie voorwaarden voldoen:

  1. Privatisering moet door de overheid gewaarborgd blijven dat basisvoorzieningen niet onbereikbaar of onbetaalbaar worden voor de minder bedeelden van de samenleving.
  2. Een overheid mag geen goederen of hulpbronnen privatiseren die toebehoren aan de gemeenschap.
  3. Privatisering moet ook werkelijke privatisering zijn in de zin dat er vrije concurrentie mogelijk is.

De kwalijkste gevolgen van privatisering hebben we aan den lijve ondervonden, als een overheid zaken en diensten verkoopt aan bedrijven die vervolgens in de praktijk een monopolie kunnen uitoefenen.

Waar ligt de grens?