De politiek in Nederland

De inval van de Fransen betekende het einde van de republiek in Nederland en nadat Napoleon werd verslagen, werd in Nederland het tweekamerstelsel ingevoerd in 1815. Hoewel we vanaf die tijd een Eerste en Tweede Kamer hebben, was het systeem heel anders dan het systeem wat we vandaag de dag kennen.

Zo was stemrecht in die periode niet voor iedereen vanzelfsprekend en lag de politieke macht nog altijd voornamelijk bij de mensen die ook economisch veel macht hadden. Toen er echter 30 jaar later door heel Europa revoluties plaatsvonden, werd ook in Nederland de parlementaire democratie ingevoerd.

Met een nieuwe grondwet, ontworpen door Thorbecke, werd Nederland een constitutionele monarchie en was niet langer de koning, maar de politiek verantwoordelijk voor het beleid. Thorbecke wist in zijn tijd veel belangrijke zaken door te voeren, maar hij moest uiteindelijk toch het veld ruimen na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie.

Het beleid in Nederland was erg liberaal, maar de godsdienstige partijen in Nederland waren daar niet erg blij mee. Zij konden in die tijd niet door een deur met elkaar en ze wilden dan ook zoveel mogelijk afstand bewaren. De schoolstrijd speelde een belangrijke rol in de politieke geschiedenis van Nederland en in deze periode kregen de confessionele partijen steeds meer steun.

Nadat in de politiek werd besloten dat scholen naar eigen inzicht mochten worden ingericht en dat alle scholen in aanmerking kwamen voor subsidie, begon de politiek meer aandacht te besteden aan de arbeidersklasse. Doordat de industrialisatie in Nederland In het begin van de 20e eeuw op gang kwam werd meer aandacht besteed aan de rechten van deze klasse.

Het kiesrecht werd rond 1920 definitief voor iedereen ingevoerd en de verzuiling werd in deze periode definitief bevestigd door de pacificatie van 1917 waarbij de leiders van alle zuilen een compromis sloten. De schoolstrijd was definitief ten einde en het algemeen kiesrecht werd ingevoerd. De verzuiling leidde echter wel tot andere problemen en verschillende groepen mensen leefden nu geheel langs elkaar heen in de Nederlandse samenleving.

Hoewel koningin Wilhelmina zich tegen de verzuiling had uitgesproken in en na de Tweede Wereldoorlog, duurde het tot 1960 voor de verzuiling definitief werd doorbroken. De meeste partijen werden hervormd en de politieke partijen die we nu kennen, zoals de PvdA, VVD en CDA, werden in die tijd opgericht.

Dit werden de nieuwe politieke partijen en zij hadden het tot het jaar 2000 voor het zeggen in Nederland. Belangrijke politieke thema’s werden de verzorgingsstaat en, in tijden van crisis, het terugdringen van de werkeloosheid.

Na het jaar 2000 vond er nog een keer een grote verandering plaats. Er kwamen partijen als Lijst Pim Fortuyn en de Partij van de Vrijheid die met behulp van populisme en het bespreekbaar maken van onderbuikgevoelens in korte tijd zeer populair werden. De partijen weten hun populariteit tot nu toe echter niet lang vast te houden.